In een hadith die zowel bij Bukhari als Muslim voorkomt, staat: „Op de Dag des Oordeels, terwijl ik jullie bij de vijver van Kawthar wacht, zult gij naar links worden geleid. Ik zal vragen: ‚Waarheen?‘ En het antwoord zal zijn: ‚Naar het Vuur‘. Ik zal zeggen: ‚O Allah, dit zijn mijn metgezellen‘. Dan zal worden gezegd: ‚Jij weet niet wat zij na jouw dood hebben gedaan; zij zijn goddelozen, zij hebben de religie verraden en hun verraad gaat nog steeds door.‘ Bron: Bukhari, deel 7, pagina 94; Muslim, deel 7, pagina 66. Staat dit niet in tegenspraak met de hadith: „Mijn metgezellen zijn als de sterren aan de hemel“?
Beste broeder,
Dit onderwerp is verplaatst, inclusief de antwoorden en reacties. Klik hier om te lezen…
Met vrede en gebed…
Islam in vraag en antwoord