– Ali verscheen op het veld van de strijd en riep iemand op om met hem te vechten. Abdullah ibn Omar kwam hem tegemoet.
– Ali zei tegen Ibn Omar: „Ach, had je vader nog geleefd, dan zou hij niet tegen mij hebben gevochten. Wil je het bloed van Othman? “ Vervolgens beval hij Echter om hem te confronteren en een duel aan te gaan.
Beste broeder,
(r. anhüma), de Slag bij de Kameel en de Slag bij Siffin
De gebeurtenis die in de vraag wordt genoemd, heeft betrekking op (1).
Waarschijnlijk is de naam verkeerd begrepen.
Hij heeft zich altijd afzijdig gehouden van oorlogen en gebeurtenissen die onder moslims tot diverse conflicten hebben geleid.
Hij vond dat het niet juist was om iemand met het zwaard te bevechten, zelfs als die persoon hem wilde doden. De bron van deze gedachte was waarschijnlijk een hadith die hij van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) had gehoord.(2)
hij heeft geen gehoor gegeven aan de oproepen van Ali, Aisha, Muawiya of de grote groepen mensen die hem tot kalief wilden benoemen,
Abdullah ibn Umar echter, zag later de dagen van chaos en verwarring, waarin Ali, Hussein ibn Ali, Abdullah ibn Zubair en duizenden andere Sahabas werden vermoord, en zijn mening veranderde. Op zijn sterfbed uitte hij zijn diepe verdriet met de woorden (3) en (4).
Wanneer hij om een fatwa werd gevraagd, dacht hij er lang over na en vermeed hij ten zeerste om fouten te maken. Daarom was zijn reputatie in de jurisprudentie niet zo groot als zijn reputatie in de hadithwetenschap. Een van de redenen waarom hij neutraal bleef tijdens de Slag bij de Kameel en de Slag bij Siffin was juist zijn angst om fouten te maken.(5)
Klik hier voor meer informatie:
1) Mesudi, Mürucu’z-zeheb, Beyrut, 2005, 2/296-297.
2) Abu Dawud, Fiten en Melahim, 5, nr. 4260)
3) Ibn Abdi’l-Berr, İstiab, 1/171-172; Ibn Esir, Üsdü’l-Ğabe, 3/229.
4) Ibn Abdi’l-Berr, İstiab, 1/171-172.
5) Cevdet Paşa, Kısas-ı Enbiya, 3/82.
Met vrede en gebed…
Islam in vraag en antwoord