– Ik meen me te herinneren dat Imam Ghazali dit zei in zijn boek Kimyā‘ al-Sa’āda. Hij zei het volgende:
“Wie de geboden en verboden van Allah niet naleeft en toch op Gods genade wacht, is te vergelijken met iemand die een paleis bezit, vol met goud. Dan komt er een groep plunderders aan en die man zegt dan:
Ik moet hier weg, misschien vinden ze mijn huis dan niet.
Zo luidt de tekst. Ik begrijp dat hier wordt aangegeven dat de wraak van God onvermijdelijk is voor iemand die de geboden en verboden van God niet naleeft. Zoals we tegenwoordig ook zien, wanneer we mensen bijvoorbeeld vragen waarom ze niet bidden, horen we vaak onwetende uitspraken als „God is groot, Hij vergeeft wel“, terwijl ze het zelf niet doen (zoals Ghalali beschreef). Wat zijn jullie gedachten hierover?
Mijn tweede vraag is:
Imam Gazali zegt ook: Als God een dienaar liefheeft, dan geeft Hij hem twee tegenslagen.
Een van hen,
Hij geeft zijn dienaar een ziekte die hem lange tijd zal achtervolgen.
Ten tweede
Hij laat zijn dienaar in de ogen van de mensen in ongenade vallen. Zijn deze woorden een hadith, wat is de bron en wat zijn jullie meningen hierover?
Beste broeder,
1) We hebben Imam Ghazali’s Kimya-i Saadet en Ihya geraadpleegd, maar we hebben geen dergelijke informatie kunnen vinden.
Eigenlijk zou men bij het stellen van dergelijke vragen de bron volledig moeten vermelden, zodat wij kunnen vaststellen of de overgebrachte informatie gecorrigeerd moet worden en er commentaar op kunnen geven.
Samenvattend, enkele relevante informatie uit de Ihya van Imam Ghazali, passend bij de inhoud van de vraag:
-in de hoop dat het nuttig zal zijn-
Wij zijn van mening dat vertalen nuttig is:
– De genade van God verwachten zonder te handelen, is vergelijkbaar met verwachten dat je kinderen krijgt zonder te trouwen.
Het is duidelijk hoe onmogelijk het is voor iemand om te dromen van kinderen krijgen zonder te trouwen, of zonder geslachtsgemeenschap te hebben, of zonder zaadlozing te hebben, zelfs als hij of zij getrouwd is. Zoals…
De hoop op Gods genade koesteren zonder te geloven, of wel geloven maar geen goede daden verrichten, of wel goede daden verrichten maar de zonden niet opgeven.
is eveneens een misvatting.
(Ihya’ul-Uluma, Beiroet, ongedateerd, deel 3/385)
– (Een van de grote mystici)
Yahya ibn Muaz
hij heeft hierover het volgende gezegd:
„Volgens mij is een van de duidelijkste voorbeelden van misleiding…“
‚Iemand die zonde blijft begaan zonder berouw te tonen en te hopen op vergeving; die denkt dat hij dicht bij God zal zijn zonder te bidden en te gehoorzamen; die zaden van de hel zaait en de vruchten van de hemel wil oogsten; die de beloning voor de gehoorzamen wil verdienen door te zondigen; die geen goede daden verricht en toch de beloning verwacht; kortom, iemand die zijn leven in zonde doorbrengt en toch een goede beloning van God verwacht, verkeert in een misvatting, een ijdel en droog verlangen.‘
„Zoals de dichter zei: Je verlangt naar bevrijding, maar je loopt niet op de weg naar bevrijding. Een schip vaart ongetwijfeld niet op het land / heb je ooit een schip op het land zien varen?”
(Ihya, 4/144)
– Wat betreft de interpretatie van het onderwerp: dergelijke uitspraken herinneren aan de algemene regels van de islam. In de islam…
Elk goed gebaar en elke slechte daad heeft een gevolg.
(De aardbeving, 99/8)
Veel verzen in de Koran bevestigen de informatie die Ghasali heeft overgebracht.
„Laat het aardse leven jullie niet misleiden, en laat de duivel jullie niet misleiden door jullie te doen geloven dat Allah jullie zal vergeven.“
(Lokman, 31/33)
In de vertaling van de betreffende aya en soortgelijke verzen wordt deze waarheid benadrukt.
– Het feit dat elke goede daad beloond en elke slechte daad gestraft wordt, is een uiting van Gods absolute rechtvaardigheid. Profeeten en de geleerden die hun erfgenamen zijn, geven mensen advies op basis van deze waarheden.
Echter, uit de Koran en de Sunna leren we dat God zijn dienaren niet alleen met rechtvaardigheid, maar ook met genade en weldadigheid behandelt.
Daarom,
„Het is verkeerd om de genade van God te verwachten terwijl je zonde begaat.“
De geleerden die hier aandacht voor vragen, baseren hun uitspraken op het principe van rechtvaardigheid. Anders zouden ze, wanneer de gelegenheid zich voordoet, de oneindige genade van God zeker niet buiten beschouwing laten. Immers, Imam Ghazali, die de bovenstaande verklaringen deed, sprak ook over het feit dat het opgeven van de hoop op Gods oneindige genade, bij het behandelen van onderwerpen als berouw en dergelijke, onverenigbaar is met geloof. Zoals bekend,
„Elk gezag“
-specifiek voor hem/haar-
hij/zij zal nog wel een woordje zeggen.
het motto is bekend.
– Samenvattend:
Zoals het verkeerd is voor een zondaar om te proberen Gods genade te verdienen door te zondigen, zo is het ook verkeerd om de hoop op Zijn genade te verliezen, ongeacht hoe groot zijn zonden zijn.
„Vrees-Hoop“
Evenwicht is een vereiste van het islamitische geloof.
2)
We hebben de uitspraken in de vraag niet bij Imam Ghazali kunnen vinden. We hebben ze ook niet kunnen identificeren als een overlevering uit de hadith. Maar een soortgelijke uitspraak die Ghazali van Lokman Hakim overneemt, luidt als volgt:
De heilige Lokman gaf zijn zoon het volgende advies:
“Mijn kind! Zoals goud met vuur wordt beproefd, zo worden de rechtvaardigen met beproevingen beproefd. Daarom, wanneer God een gemeenschap liefheeft, stelt Hij hen op de proef. Wie zich met deze beproevingen verzoent, zal God ook verzoend zijn. Wie zich tegen deze beproevingen verzet, zal God ook verzet zijn.”
(Ihya, 4/133)
– Imam Ghazali heeft ook een overlevering van een hadith overgeleverd:
„Als Allah een dienaar liefheeft, dan stelt Hij hem op de proef met tegenslagen. En als Hij hem op de proef stelt met tegenslagen, dan geeft Hij hem ook de (nodige) geduld.“
(İhya, 4/131)
Zayn al-Iraqi heeft aangegeven dat deze overlevering van de hadith niet sterk (zwak) is.
(zie Tahricu Ahadisi’l-İhya – samen met Ihya – agy)
– Mensen worden voortdurend op de proef gesteld. Ze worden getoetst met overvloed en schaarste, gezondheid en ziekte, met alle facetten van het leven. Het vuur van de proef is bedoeld om het goud en het koper, de diamant en de steenkool in de mijnen van de mens te scheiden.
„Mensen worden niet alleen getest, maar ook…
‚Wij geloven‘
Denken ze dat ze met hun woorden er vanaf komen? Wij hebben degenen vóór hen ook al op de proef gesteld. Allah zal de waarheid ongetwijfeld aan het licht brengen en de leugenaars zullen ook ongetwijfeld worden ontmaskerd.”
(De Spin, 29/2-3)
In de hierboven geciteerde aya wordt de nadruk gelegd op de waarheid die we hebben genoemd.
Met vrede en gebed…
Islam in vraag en antwoord