– Een vers zegt dat God de ongelovigen niet bemint…
– Een ander vers zegt dat God degenen die goeddoenerij verrichten liefheeft…
– Hoe moeten we dit begrijpen?
– Dus houdt Allah van ongelovigen die goede daden verrichten?
Beste broeder,
We zullen proberen dit onderwerp in een paar punten te verduidelijken:
1.
Of iemand geliefd is of niet, hangt af van de eigenschappen die hij of zij bezit. Daarom,
„Zeg: Gehoorzaam God en de Boodschapper! En als zij zich afkeren, weet dan dat God de ongelovigen beslist niet bemind.“
(Al-i Imraan, 3/32)
in de betreffende vers
-als maaltijd-
genoemd
„Allah houdt beslist niet van de ongelovigen.“
uitdrukking die behoort tot de reeks godslasteringen van ongelovigen
het kenmerk van ontkenning
kan worden beschouwd als een nadruk die is gelegd.
„Zij (de vrome) geven aan Allah’s weg, zowel in overvloed als in armoede, en zij slikken hun woede in en vergeven de mensen hun fouten. En Allah houdt van de goeddoeners.“
(Al-i Imran, 3/134)
in de volgende vers, die luidt:
„de weldoeners“
Dit concept moet ook in deze context worden beoordeeld. Dat wil zeggen, God houdt van degenen die goedheid tonen en zich goed gedragen.
Zoals bekend,
Men houdt van een persoon niet om wie hij is, maar om zijn kwaliteiten of zijn kunst.
Zoals niet elke eigenschap van elke moslim moslimachtig hoeft te zijn, hoeven ook niet alle eigenschappen en vaardigheden van elke ongelovige ongelovig te zijn.
Waarom zou het dan niet toegestaan zijn om een eigenschap of kunstvorm die een moslim heeft, mooi te vinden en te imiteren? Als je een vrouw uit de gemeenschap van het Boek hebt, zul je haar natuurlijk liefhebben.
(zie Nursi, Asar-ı Bediiye)
2.
Zoals sommige geleerden hebben gezegd, betekent ‚muhabbet‘ in het Arabisch dat je je tot iets richt en er belang aan hecht.
Daarom,
-Zoals Ezheri ook al zei-
dat de dienaar van God en de Profeet houdt,
dat hij hen gehoorzaamt en hun bevelen en verboden opvolgt
betekent.
Dat God zijn dienaren liefheeft.
dan,
door hun fouten te vergeven, hen een gunst bewijzen
betekent.
In de aya
-meestal-
gelegen
„Allah houdt niet van ongelovigen.“
de betekenis van de uitdrukking,
„hij vergeeft hun fouten niet“
betekent.
(V. Zuhayli, et-Tefsiru’l-Münir, 3/206)
Zoals uit deze verklaringen blijkt, staat er in de Koran:
„Muhsin“
het woord is niet alleen bedoeld voor iemand die anderen helpt, maar ook voor
personen die zich goed gedragen
is ook hierbij betrokken. Goed gedrag begint bij
Gelooven in Allah en Zijn boodschapper en Hem gehoorzamen.
komt. Schelden is het tegenovergestelde hiervan.
Dus
„Muhsin“
bedoeld met wie, of wie bedoeld wordt
ondanks dat hij gelovig was
–hasbel-beşer- betekent mensen met gebreken. God houdt van hen, dat wil zeggen, Hij vergeeft hun gebreken.
Als hij ongelovig is.
wiens vergiffenis onmogelijk is vanwege zijn ongeloof
iemand.
Dat God deze dingen niet goedkeurt,
dat betekent dat hij ze niet zal vergeven.
3.
We denken dat een opmerking als deze niet zomaar genegeerd kan worden.
Namelijk:
Algemene uitspraken uit de Koran
„absoluut“
is relatief, maar absoluut kan worden beperkt, dat wil zeggen, het kan worden beperkt door bepaalde voorwaarden.
Op basis van deze regel kunnen we zeggen dat wat in de Koran staat,
„God houdt van de vrome, de geduldigen, degenen die vergeven, die hun woede bedwingen, de weldoeners, degenen die goed gedrag vertonen, enz.“
omdat bepalingen in de vorm van „zoals“ absolute uitspraken zijn.
„niet ongelovig zijn“
zijn beperkt tot de voorwaarde.
Het grootste bewijs hiervoor is de islamitische geest, die voortkomt uit de samenvatting van de principes die de Koran heeft vastgesteld.
We kunnen uit de uitspraken van Risale-i Nur licht werpen op ons onderwerp:
S-
Over de vriendschap met Joden en christenen in de Koran.
verboden
achter:
Neem de Joden en de Christenen niet als bondgenoten.
(Neem geen Joden en christenen als vrienden) Maar hoe kunt u dan vrienden zijn, vraagt u zich af?
C- Ten eerste:
De bewijsvoering moet niet alleen onmiskenbaar zijn, maar ook onmiskenbaar in zijn betekenis. Echter, er is ruimte voor interpretatie en mogelijkheid. Want
verbod uit de Koran
Het is niet algemeen, maar absoluut. En wat absoluut is, kan beperkt worden. De tijd is een grote tolk; als zij haar oordeel openbaart, kan men geen bezwaar maken.En als de regel op een afgeleide berust, dan wijst de bron van afleiding op de reden van de regel. Dit verbod is dus gebaseerd op de verschillen tussen Joden en Christenen, en tussen het jodendom en het christendom.
En een mens wordt niet om zijn persoonlijkheid geliefd. Misschien wel om zijn liefde, zijn eigenschappen of zijn kunst. Dus, net zoals niet elke eigenschap van een moslim moslim hoeft te zijn, hoeven ook niet alle eigenschappen en kunsten van een ongelovige ongelovig te zijn.
Waarom zou het dan niet toegestaan zijn om een eigenschap of kunstvorm van een moslim te waarderen en te imiteren? Als je een vrouw uit de gemeenschap van het Boek hebt, zul je haar natuurlijk liefhebben.
(zie Deelname aan discussies, blz. 31-32)
Met vrede en gebed…
Islam in vraag en antwoord